Nature-based carbon removals: waarom nu investeren?

De bedrijven die in het komende decennium de leiding nemen, zullen de bedrijven zijn die de natuur erkennen als kritieke infrastructuur om risico's te verminderen en toeleveringsketens te versterken.

Door vandaag nog te investeren in hoogwaardige projecten voor natuurherstel, kunnen bedrijven expertise opbouwen en beter begrijpen hoe op de natuur gebaseerde oplossingen bijdragen aan de klimaat-, natuur- en bredere duurzaamheidsdoelstellingen van uw organisatie.

Wil je weten hoe markten en regelgeving zich ontwikkelen, en hoe onze projecten je kunnen ondersteunen in jouw klimaat- en natuurtraject? Dan is deze blog voor jou.

De afgelopen tien jaar werd duurzaamheid binnen het bedrijfsleven gedomineerd door één doelstelling: net zero. Hoewel het verminderen van emissies essentieel is, wordt het steeds duidelijker dat het bereiken van net zero bijna onmogelijk is zonder gezonde ecosystemen. Klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit zijn geen afzonderlijke uitdagingen. Het zijn diep met elkaar verbonden symptomen van hetzelfde systemische probleem.

Dit is waarom het gesprek verschuift van “minder schade aanrichten” naar nature positive (natuurpositief) worden: het volgen van de doelstellingen van het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework om het verlies van natuur te stoppen en om te keren, terwijl de ecosystemen die de basis vormen voor economische activiteit, klimaatstabiliteit en menselijk welzijn worden hersteld. De vraag is niet langer óf bedrijven zich bezig moeten houden met natuurherstel, maar hoe snel ze dat kunnen doen.

Trajecten voor net zero en nature positive delen dezelfde tijdlijnen, met 2050 als een belangrijke horizon. En in feite bieden nature-based carbon removals een kans voor beide trajecten om elkaar te versterken. Ondertussen komen marktinitiatieven en regelgevende kaders in beweging om het opschalen van actie te ondersteunen. 2050 lijkt nog ver weg. Dus waarom zou je nú investeren in op de natuur gebaseerde koolstofverwijdering?

Actie voor de natuur is verschoven van moraliteit naar materialiteit

De natuur gaat in een ongekend tempo achteruit. Bossen, moerasgebieden, bodems en biodiversiteit worden sneller aangetast dan ze kunnen herstellen. Tegelijkertijd worden bedrijven geconfronteerd met een groeiende blootstelling aan natuurgerelateerde risico’s door verstoorde toeleveringsketens, waterschaarste, bodemdegradatie en toenemend toezicht vanuit de regelgeving. Meer dan de helft van het wereldwijde bbp is matig tot sterk afhankelijk van de natuur, wat de achteruitgang van ecosystemen tot een materieel bedrijfsrisico maakt in plaats van een puur ecologische kwestie.

Wachten brengt kosten met zich mee. Het herstellen van ecosystemen kost tijd. Een bos dat vandaag wordt geplant, heeft jaren nodig om volwassen te worden. Moerasgebieden hebben decennia nodig om volledig te herstellen. Bedrijven die vroeg investeren, kunnen hun toegang tot hoogwaardige herstelprojecten veiligstellen, de veerkracht van hun waardeketens versterken en zichzelf vooraan positioneren voor toekomstige markt- en regelgevingsontwikkelingen.

Koolstofmarkten 2.0

Inderdaad, het koolstofbeleid en het landschap van de koolstofmarkt veranderen snel en tijdlijnen komen samen. De verwachting is dat de SBTi Net-Zero Standaard v2.0 de vraag naar hoogwaardige removal projecten zal vergroten door het gebruik van in aanmerking komende koolstofkredieten formeel te erkennen binnen net-zero-strategieën. In Europa zal het EU-certificeringskader voor koolstofverwijdering en koolstoflandbouw (CRCF) kwaliteitsdrempels definiëren, hoewel het nog onduidelijk is welke standaarden erkend zullen worden. Tegelijkertijd zal Artikel 6.4 van het Akkoord van Parijs invloed hebben op hoe removal projecten deelnemen aan verplichte en vrijwillige markten.

Klimaatactie gaat een nieuwe fase in. Het verminderen van emissies blijft essentieel, maar nature-based carbon removals winnen aan belang als een manier om resterende en aanhoudende emissies aan te pakken via het herstel van ecosystemen en de ontwikkeling van veerkrachtige landschappen. Nu de operationele fasen tussen 2024 en 2028 liggen, staan bedrijven voor een strategische vraag: in welke nature-based removals moeten ze investeren, en wanneer.

De opkomst van natuur- en biodiversiteitsmarkten

Naast deze verschuiving beginnen biodiversiteits- en natuurcredits aanzienlijke aandacht te trekken van bedrijven, investeerders en beleidsmakers. Hoewel methodologieën en standaarden nog in ontwikkeling zijn, is de koers duidelijk: er zal steeds vaker van bedrijven worden verwacht dat ze hun impact op en afhankelijkheid van de natuur begrijpen, meten en beheren, en dat ze de bijbehorende risico’s en kansen aanpakken. In feite kunnen kaders voor rapportage en doelbepaling, zoals TNFD en SBTN, of wettelijke vereisten onder de CSRD, deze beweging ondersteunen en richting geven aan investeringen in natuurherstel.

Een goed ontworpen herstelproject kan echter tegelijkertijd zorgen voor koolstofvastlegging, biodiversiteitsverbetering, waterregulatie, bodemverbetering en voordelen voor de gemeenschap. In plaats van slechts één resultaat te waarderen, erkent en beloont stacking (stapelen) dus de meerdere ecosysteemdiensten die door hetzelfde project worden gegenereerd. Dit zorgt voor een sterkere businesscase voor herstel door meerdere waardestromen te ontsluiten, terwijl het de werkelijke waarde weerspiegelt die gezonde ecosystemen bieden.

Rendement halen uit nature-based removals

Inderdaad, de nieuwe SBTi Net-Zero Standaard erkent formeel de noodzaak van directe actie voor klimaat én natuur, door een kader te bieden om koolstofverwijderingsprojecten op de korte termijn te integreren en te valoriseren. Belangrijk hierbij is dat koolstofverwijderingen en -credits geen vervanging zijn voor emissiereducties. Onder het OER-programma (Ongoing Emissions Responsibility) worden bedrijven echter gestimuleerd om hun reductie-inspanningen aan te vullen door koolstofverwijderingsprojecten te erkennen die koolstof opnemen én waarde leveren voor natuurherstel en lokale gemeenschappen.

Ook investeerders verwachten steeds vaker dat bedrijven geloofwaardige actie laten zien die verder gaat dan alleen koolstof of natuur. Rapportageverplichtingen en -platformen vergemakkelijken dit. De Europese CSRD[1] vereist bijvoorbeeld transparantie over klimaattransitieplannen, inclusief het gebruik van koolstofcredits en -verwijderingen onder ESRS E1. Op de natuur gebaseerde koolstofverwijderingen kunnen ook bijdragen aan ESRS E3 en E4 door waterinfiltratie, ecosysteemherstel en biodiversiteitsverbetering te ondersteunen, en sociale voordelen op te leveren die gevaloriseerd kunnen worden onder S2 en S3. Op dezelfde manier kan CDP-rapportage profiteren van investeringen in nature-based oplossingen door sterkere toelichtingen op het gebied van klimaat, bossen en water. [1] Zowel de EU CSRD als verplicht kader als het vrijwillige VSME-kader bieden datapunten waaraan zowel grote ondernemingen als kmo’s kunnen voldoen.

Wat is je volgende stap?

De bedrijven die in het komende decennium de leiding nemen, zullen de bedrijven zijn die de natuur erkennen als een kritiek bedrijfsmiddel. Door vandaag nog te investeren in hoogwaardige herstelprojecten, kunnen organisaties natuurgerelateerde risico’s verminderen, toeleveringsketens versterken, bijdragen aan klimaatdoelen en zichzelf positioneren binnen de snel veranderende markten voor koolstof, biodiversiteit en ecosysteemdiensten.

Bij Go Forest ondersteunen en co-ontwikkelen we bebossings-, herbebossings- en agroforestryprojecten (boslandbouw) die tegelijkertijd bijdragen aan klimaatdoelen, biodiversiteitsdoelstellingen en gemeenschapsontwikkeling. We helpen je om je betrokkenheid bij deze bosprojecten te verwaarden door het leveren van impactdata, afstemming op natuur- en klimaatstrategieën, rapportagekaders of regelgeving.

Wil je begrijpen hoe markten en regelgeving zich ontwikkelen, en hoe onze projecten je kunnen ondersteunen in je klimaat- en natuurtraject?

Deel deze post